Vangrail potten en pannen
Een reisverslag langs de snelweg van Lagos naar Benin/Onitscha, Lagos (1993).
Nigeria is een groot land met veel inwoners, 100 Miljoen in 1993. Nu in 2025 zijn dat er al 240 Miljoen. En voor 2050 een half miljard inwoners.
De federale regering in Abuja begreep dat een goede infrastructuur belangrijk is voor de 36 deelstaten. Het plan was om alle belangrijke steden met snelwegen te verbinden. Vanuit de havenstad Lagos werden snelwegen aangelegd of toch in ieder geval een poging daartoe. Zo ook een “snelweg” van Lagos via Benin naar Onitscha. Die afstand is ongeveer 450 KM.
Tot Benin is dat vierbaans, daarna twee rijstroken. Het rijden in Afrika is sowieso vol avontuur, gevaarlijk, en verkeersinzicht is onbestaand. Een rijbewijs is sowieso onzin. Niet Afrikanen rijden nooit zelf, altijd met een lokale chauffeur.
Bij het aanleggen van deze snelwegen hadden ze goed gekeken hoe dat in Europa gedaan wordt. Twee rijstroken heen en twee terug en natuurlijk met middenberm. Net zoals bij ons met stalen vangrails. En dit over een afstand van 350-400 KM. Om de 50 KM werd er een kampement opgetuigd om de voorraad vangrails, steunen, bouten, moeren en machines, te stallen. Ook hier werden de arbeiders, soms met familiale aanhang, gehuisvest. Het resultaat was een tijdelijke dorpje met restaurantjes, hutjes om te slapen en natuurlijk ook veel meisjes van plezier, want ook dat gaat gewoon door. Het bos ernaast diende als toilet.
De vangrail aannemer had een contract om per dag ongeveer 100 meter vangrails te monteren. Die vangrail werd overdag netjes geplaatst. En door de lokale dorpelingen in de nacht even snel weer afgebroken. Dus wat overbleef waren die stalen steunen waar alles ooit aan vast zat. Maar na een week waren ook die verdwenen. De vangrail aannemer ging de volgende dag verder met de volgende 100 meter, want hij moest monteren, niet demonteren en hij had zijn job gedaan. Maar wat gebeurde er nou met die mooie nieuwe blinkende stukken vangrail?
Half Nigeria kookt inmiddels op vangrail potten en pannen. Het ijzer had de juiste dikte. Niet te moeilijk om te zagen en te bewerken. Omdat alles gratis van eigenaar was gewisseld had iedereen het er maar druk mee. En zo kon je langs de “snelweg” overal potten en pannen kopen die maar heel kort als vangrails dienst hadden gedaan. Tevens werden die ook als dakbedekking gebruikt. Prima want de gaten om dat te installeren zaten er al in. En niet te vergeten, een berg bouten en moeren was ook rijkelijk voorhanden. Zelfs tot op de markt in Onitscha, overal afgeleide en nuttige vangrail producten.
Maar het ontbreken van vangrails had ook vele voordelen. Motoren, auto’s, bussen en vrachtwagens gebruikte de snelweg in beide richtingen naar willekeur. Om de paar honderd meter was er wel een doorgang naar de tegengestelde richting, dus zat er bergop een langzame vrachtwagen voor je of er kwam een spookrijder, dan wipte je gewoon even naar de tegengestelde richting en als spookrijder reed je lekker tegen het verkeer in. Ook mijn chauffeur bezondigde zich aan deze praktijk. Hij wist niet beter. Had je pech dan kwamen er twee vrachtwagens bergaf je tegemoet. Was je leven je lief? Dan was er maar één oplossing: Door de middenberm, nu zonder vangrail, snel naar de andere kant.
Iedereen blij.


Reacties
Een reactie posten